Fragment uit De tweede verlosser

Fragment uit De tweede verlosser

Hij moet hier weg, zoveel is zeker. Het land uit en naar Nederland, Israël heeft immers geen uitleveringsverdrag! Maar hoe komt hij hier verdomme vandaan?
Hij wil zich alweer omdraaien als hij Martha bij een rode auto op de parkeerplaats pal beneden hem ziet. Wat doet ze daar? Haalt ze een arts op die hier naartoe moest komen? Een lange man stapt uit en sluit de wagen af. Het zonlicht schittert op zijn roodleren petje. Als door de bliksem getroffen deinst hij achteruit, stoot met zijn arm tegen de balkondeur, maar merkt het niet eens. Wat is dit? Wat doet Martha met die man? De paniek golft door hem heen als hij zijn jasje opraapt, terwijl hij beseft dat hij geen overhemd aanheeft.
Toch trekt hij het jasje aan en holt naar de deur. Hij realiseert zich pas dat Martha die op slot heeft gedraaid als hij hem open wil trekken. Als een dolle rukt hij aan de klink. Dan trapt hij uit alle macht tegen de deur, terwijl het zweet over zijn gezicht gutst en hij het pistool in de zak van het jasje tegen zijn zij aan voelt slaan.
David graait het tevoorschijn en kijkt er wanhopig naar. Hij heeft nog nooit geschoten. Zit er een veiligheidspal op?
Nee, natuurlijk niet! Eli is er immers mee doodgeschoten! Met gestrekte arm zet hij het pistool tegen het slot, wendt zijn gezicht af en haalt de trekker over. Maar er gebeurt niets. Hoe kan dat? Tevergeefs probeert hij het nog een keer, en trapt dan in blinde frustratie tegen de deur. En nog eens. De deur wijkt en hij rent door de doodstille gang naar het trappenhuis, wanneer pal voor hem een kamerdeur wordt geopend en hij bijna tegen Duymaer aan botst.